Welk btw-tarief moet je rekenen?
De drie Nederlandse tarieven, wanneer je btw verlegt, en wat er gebeurt bij klanten buiten Nederland.
Nederland kent drie btw-tarieven. Voor de meeste ondernemers is het antwoord altijd 21%, maar er zijn genoeg branches waar het verlaagde tarief geldt, en genoeg situaties waarin je helemaal geen btw in rekening brengt.
Het tarief hangt af van wát je levert, niet van hoeveel je omzet of welke rechtsvorm je hebt. De vraag "welk tarief hoort bij mij" is dus eigenlijk "welk tarief hoort bij deze specifieke dienst".
De drie tarieven
Het algemene tarief is 21% en geldt voor alles wat niet expliciet onder een ander tarief valt. Als je twijfelt en je dienst staat niet op een lijst, is 21% het antwoord.
Het verlaagde tarief van 9% geldt voor een afgebakende groep: voedingsmiddelen, boeken, medicijnen, personenvervoer, kappersdiensten, en een aantal arbeidsintensieve diensten zoals het schilderen en stukadoren van woningen ouder dan twee jaar.
Het nultarief geldt vooral bij export buiten de EU en bij intracommunautaire leveringen aan ondernemers met een geldig btw-nummer. Nul procent is iets anders dan vrijgesteld: bij het nultarief houd je recht op aftrek van voorbelasting, bij een vrijstelling niet.
Wanneer je de btw verlegt
Bij verlegging breng je zelf geen btw in rekening en draagt je klant hem af. Dat gebeurt onder meer in de bouw bij onderaanneming, en bij diensten aan ondernemers in andere EU-landen.
De factuur moet dan letterlijk "btw verlegd" vermelden en het btw-nummer van je klant bevatten. Zonder die twee elementen is de verlegging op papier niet onderbouwd.
Klanten buiten Nederland
Voor diensten aan een ondernemer in een ander EU-land verlegt je de btw en neem je de levering op in je opgaaf intracommunautaire prestaties. Controleer daarbij altijd of het btw-nummer van je klant geldig is; dat kan via het VIES-systeem van de Europese Commissie.
Voor particuliere klanten in de EU gelden andere regels, met drempelbedragen die per situatie verschillen. Voor klanten buiten de EU geldt meestal het nultarief.
Meerdere tarieven op één factuur
Lever je in één opdracht zowel iets van 21% als iets van 9%, dan splits je die op de factuur. Elk tarief krijgt een eigen subtotaal en een eigen btw-regel — optellen tot één bedrag mag niet.
Dat geldt ook als het verschil klein is. De btw-aangifte vraagt de omzet per tarief uit, dus een factuur die dat niet uitsplitst moet je later alsnog handmatig uit elkaar halen.
Veelgestelde vragen
- Is 0% btw hetzelfde als vrijgesteld?
- Nee. Bij het nultarief mag je de btw op je inkopen blijven aftrekken. Bij een vrijstelling — bijvoorbeeld bepaalde zorg of onderwijs — mag dat niet, en betaal je die voorbelasting dus zelf.
- Wat als ik het verkeerde tarief heb gefactureerd?
- Je corrigeert dat met een creditfactuur die naar de oorspronkelijke factuur verwijst, en stuurt daarna een nieuwe factuur met het juiste tarief. De oorspronkelijke factuur pas je niet aan.
- Hoe controleer ik het btw-nummer van een buitenlandse klant?
- Via VIES, het controlesysteem van de Europese Commissie. Bewaar een bewijs van die controle: als het nummer achteraf ongeldig blijkt, moet je kunnen aantonen dat je het op het moment van leveren geverifieerd hebt.